2 april 2011
Klappertandend werd ik vanochtend wakker. Met voeten als ijsklontjes stapte ik naast mijn bed. Terwijl ik in één greep zoveel mogelijk doeken en handdoeken uit mijn kast graaide en om mijn lijf heen wikkelde besloot ik dat vandaag dan echt de dag was aangebroken. Na meerdere reizen en in totaal ruim een jaar wonen in zuidelijk Afrika zou ik vandaag dan eindelijk mijn eerste echte Afrikaanse deken gaan aanschaffen.
Klappertandend werd ik vanochtend wakker. Met voeten als ijsklontjes stapte ik naast mijn bed. Terwijl ik in één greep zoveel mogelijk doeken en handdoeken uit mijn kast graaide en om mijn lijf heen wikkelde besloot ik dat vandaag dan echt de dag was aangebroken. Na meerdere reizen en in totaal ruim een jaar wonen in zuidelijk Afrika zou ik vandaag dan eindelijk mijn eerste echte Afrikaanse deken gaan aanschaffen.
Net als in veel andere Afrikaanse landen zijn grote dikke dekens met de meest wanstaltige kleurige bloemen en/of wilde dieren motieven erop een belangrijk onderdeel van het straatbeeld in Botswana. Werkelijk elke onderweg-zijnde Afrikaan sleept ten alle tijde een deken, (of twee, of drie) mee. Over de scheef hangende en uit elkaar vallende hekjes in D’kar hangen elk weekend weer bonte verzamelingen afstotelijk gekleurde dekens. In de schemer van de ochtend en de avond wikkelen vrouwen dikke dekens om hun dikke dijen heen terwijl ze hurkend bij het vuur de ochtend-thee of de avond-pap staan te roeren. En zit je zwetend en naar adem snakkend in een snikhete bus met potdichte ramen (op de een of andere manier zijn mensen hier ervan overtuigd dat je kou kunt vatten van een briesje door het bus raampje...vooralsnog ben ik de discussie over of het risico op TB in een niet-geventileerde ruimte niet duizend maal groter is nog maar niet aangegaan) dan heb je vrijwel altijd de betwistbare mazzel dat de dame naast je zich nog eens lekker extra instopt onder een van de 5 dikke dekens die standaard onderdeel uitmaken van de 10 tassen tellende bepakking die ze op haar hoofd, onder haar oksels en op haar rug even later de bus uitzeult.
Na koeien lijken dikke lelijke prikkende dekens hier het belangrijkste statussymbool te zijn, een teken van rijkdom. Elke zichzelf respecterende familie-oudste zorgt ervoor dat er een paar dekens included zijn in de lobola ofwel bruidsprijs die betaald wordt aan de familie van de dame die door haar familie wordt weggegeven aan de familie van de bruidegom (de onderhandelingen over deze lobola en de manier waarop de trouwerij gevierd zal worden neemt niet zelden maanden en maanden van overleg tussen beide families in beslag, hierover in een later stukje zeker meer!)
En jullie in Europa dachten zeker dat je onder de eeuwig zonnige Afrikaanse hemel geen dikke dekens nodig had? Fout! Hoewel de dagen hier ook nu in april nog zeer aangenaam zijn –laten we zeggen dat de gemiddelde middelbare school in Nederland allang het tropenrooster ingevoerd zou hebben als de omstandigheden waren zoals op een doodgewone winterdag in Botswana- worden de nachten zo tegen maart, april aan steeds koeler. Zodra die grote oranje Afrikaanse zon aan het einde van de gravelroad de doornbosjes in stort, dondert de temperatuur ook keihard naar beneden.
Vandaag dus liftend in ‘the back of a bakkie’ naar Ghanzi voor 'de grote aankoop'. En wat had ik er zin in! Het was een beetje te vergelijken met die ene keer per jaar dat je met je ouders naar de Bentex ging om een nieuwe winterjas uit te zoeken. Opgewonden en stiekem een beetje misselijk van de verwachting en het vooruitzicht op die glimmende zachte nieuwe jas (liefst paars met rood en geel en groen) die maandag op het schoolplein jaloerse blikken zou veroorzaken.
In februari, toen we hier in D’kar zo af en toe verwend werden met een heerlijke koele avond, begon ik al met dromen over mijn eerste Afrikaanse deken. Ik dagdroomde over de kleur, het motief (een exotische Japanse bloem, of toch liever eentje met zebra’s, of zou ik misschien zelfs voor die met de wijd opengesperde leeuwenbek durven gaan?). Natuurlijk was ik het allerliefst naar hoofdstad Gaborone afgereisd om de meest hippe en nieuwe deken te kopen waarmee ik in D’kar behoorlijk de show zou stelen. Maar ik bedacht me toch net op tijd dat een negen uur durende busreis misschien toch wat overdreven zou zijn voor de aanschaf van een deken. Hoewel ik er dan meteen wel mooi mee had kunnen pronken in de bus en mezelf er lekker mee kunnen instoppen, stiekem genietend van de jaloerse blikken op mijn zachte, fantastische, hippe droom van een deken.
Geen tijd en geld voor Gabs, dus moest ik het doen met het aanbod van de drie ‘China shops’ die het stadshart van Ghanzi rijk is. En of ik daar mijn slag kon slaan! Na drie uur dekens betasten, aaien, van een afstandje bekijken en toch maar weer terugleggen, winkel in en winkel uit, vond ik dan toch eindelijk mijn eerste echte Afrikaanse deken: knalblauw met bloemen EN een wanstaltige zebra print!


Geen opmerkingen:
Een reactie posten