dinsdag 15 maart 2011

Mijn leven in 10 dozen

12 oktober 2010

Terwijl ik gisteren bij wijze van inpakken grote stapels papieren, boeken, kleding en frutsels met zeer betwistbare emotionele waarde (een miniatuur replica van een kathedraal in Sint Petersburg, een vies  verschrompeld knuffelkonijntje, gescheurde en met modder besmeurde festivalbandjes uit 1999) willekeurig  in verhuisdozen van de Gamma stond te mikken drong het ineens tot me door: ik vertrek uit mijn Amsterdamse leven en ga wonen en werken in de Kalahari woestijn. Waarom wilde ik dat ook alweer? Aaaaahhhhh!!! Wat ga ik in vredesnaam doen? Paniek! Waarom kiest een mentaal gezond mens (ok, weer zo’n betwistbaar punt) er voor om haar bezittingen te reduceren tot dat wat er in een 60 liter backpack van Bever Sport past en zonder enige zekerheid of plan op het vliegtuig te stappen naar zuidelijk Afrika?
In een verwoede poging mijn plotseling opgekomen paniekaanval te onderdrukken en toch nog willekeurig wat spullen weg te gooien in plaats van te verhuizen naar de zolder van een vriendin trek ik één van de dozen met oude schoolspullen en studiepapieren open. En daar is het:  het werkstuk over Artsen zonder Grenzen dat ik maakte in groep 7 van de basisschool. Ik blader de tien pagina’s (Times New Roman met als speciaal jaren ’90 effect de hoofdstukkoppen in grote gekleurde letters  in een halve cirkel, jawel!) vluchtig door en dan valt mijn oog op de laatste zin van de inleiding:  “Later wil ik werken bij Artsen zonder Grenzen. Mijn droom is om zelf naar die landen te gaan waar de hulp het hardste nodig is.” 

Ok, dat is duidelijk. Laat ik dat dan maar gewoon proberen ook, toch?  Zo idealistisch en vol naïef vertrouwen in het nut van ontwikkelingshulp als toen ben ik niet meer, maar in grote lijnen wil ik nog steeds hetzelfde. En het is dan misschien geen Artsen zonder Grenzen, maar het is wel een stap in de goede richting. Met tranen in mijn ogen (totale ontoerekeningsvatbaarheid overviel me in de laatste dagen voor mijn vertrek) gooi ik het werkstuk in één van de 10 dozen bij de rest van mijn materiële leven tot nu toe en zet ik mijn zinnen op de Kalahari.

Het begin van een blog

14 maart 2011

Het verhaal van dit blog dat ik schrijf vanuit D’kar, Botswana, begint op het vliegveld van Johannesburg, 2 augustus 2009. Het begint met een toevallige ontmoeting. Na vijf maanden antropologisch onderzoek in het districtsziekenhuis van Mochudi –een dorp dat 40 kilometer van de Botswaanse hoofdstad Gaborone vandaan ligt – keer ik weer terug naar Amsterdam, naar huis. Omdat ik normaal gesproken al moeite heb om een uur door te komen zonder een sigaret te roken, ben  ik van plan om de 20 minuten die me nog resten voordat ik op het vliegtuig naar Londen stap al kettingrokend door te brengen in de smokers’ lounge van Tambo International Airport. Alsof het makkelijker wordt om straks in het vliegtuig niet te roken als ik nu maar heel hard en heel veel achter elkaar rook. Ik bestel een biertje, voorlopig mijn laatste Black Label, en trek gulzig aan mijn eerste sigaret. Ik ga zitten aan een tafeltje en klap mijn laptop open. Nog even verbinding proberen te maken met de rest van de wereld voordat ik mezelf voor 11 lange uren in het vaccuum van het luchtruim begeef.
Aan het tafeltje naast me maken een jonge Amerikaanse vrouw en een man met een grijze baard heel veel lawaai. De vrouw vraagt me om een vuurtje en we raken in gesprek. Laura is begin dertig en werkt al een jaar of zes bij het Community Health Team van een lokale ngo in het Ghanzi District in Botswana. Elkaar enthousiast overschreeuwend delen we in een tijdsbestek van een kwartier onze ervaringen met en verhalen en ideeën over de problemen in de publieke gezondheidszorg in het land. Heerlijk om zomaar onverwacht iemand te ontmoeten met wie je zo makkelijk kan praten en met wie je zoveel ideeën deelt.  Terwijl ik het laatste trekje van mijn sigaret neem schrijft Laura haar e-mailadres in mijn agenda en zegt ze me dat ik echt contact met haar moet opnemen als ik afgestudeerd ben. ‘We need people like you!Re batla botshelo! ‘ roept ze me na. Ik ren naar mijn gate.

6 maanden later loop ik met mijn ziel onder mijn arm door Amsterdam. Mijn scriptie is af. Ik ben afgestudeerd. De wereld ligt aan mijn voeten, ik kan alle kanten op, oneindig veel mogelijkheden en vrij om te doen wat ik wil. Nooit eerder heb ik me zo lamgeslagen en initiatiefloos en nutteloos gevoeld. Ik WEET helemaal niet wat ik wil. En tegelijkertijd besef ik me heel erg goed dat dit een probleem is van onwijze luxe. Waardoor ik me er ook nog eens keihard schuldig over voel. Niet zo’n leuke tijd, wel heel nuttig. Lekker cliché ook. Tijdens een van de eindeloze nachten die ik piekerend wakker lig herinner ik me de ontmoeting op het vliegveld van Johannesburg. Een paar nachten van draaien, woelen en worstelen met kleine en grote levensvragen later neem ik een besluit: ik ga naar Laura in de Kalahari toe. Ik weet niet precies waarom. Maar waarom eigenlijk niet?

En zo komt het dat ik nu al vijf maanden woon en werk in D’kar, een klein dorpje aan de rand van de Kalahari woestijn in Botswana. En dat ik nu weet dat Re batla botshelo de naam is van het Health Programme van Letloa en dat het ‘We want life’ betekent. Het is hier beter, moeilijker, leuker, spannender, leerzamer, toffer, vreemder, interessanter, gewoner, uitdagender, heftiger en afwisselender dan ik me ooit had kunnen voorstellen.  En ook hier lig ik wel eens wakker zoekend naar antwoorden op vragen die ik niet eens in goedlopende zinnen weet te formuleren.  Maar ik weet in ieder geval wel zeker dat dit is wat ik wil. Voor nu.

In de stukjes op dit blog wil ik een indruk geven van wat ik hier meemaak.  Ik hoop dat het leuk is om te lezen! Mijn laptop staat op dit moment vol met stukjes die nog niet af zijn en ik ga proberen om al die stukjes af te maken en nog meer te schrijven, en dit alles dan in een soort van chronologische volgorde hier te plaatsen.