15 oktober 2010
Op woensdag loop ik tussen de opengescheurde vuilniszakken en prut in de drukke straten van Alexandra, vol vieze maar mij inmiddels vertrouwde township geuren en kleuren en lawaai. Toeterende volgeladen taxibusjes, op elke straathoek vuurtjes met maiskolven en kippenpootjes erop (niet de vlezige dijen (?)die wij in het Nederlands kippenpoten noemen, maar echt letterlijk de taaie voetjes van de kip), een doordringende stank van urine. Op donderdag sta ik met mijn blote voeten in het kortgeknipte gras van de Rivonia Stables. Het hectische verkeer en de gevaren van deze miljoenenstad op veilige afstand in deze parallelle wereld.
In Johannesburg schuren de levens van arm en rijk langs elkaar heen. Het is een immense stad met miljoenen inwoners en extreme verschillen. Nergens heb ik eerder zo decadent sushi gegeten, nooit zag ik ergens anders een hippere club met een grotere verscheidenheid aan mensen of een groter winkelcentrum. Dat was in Sandton, het van geld overstromende bruisende centrum van de (blanke en zwarte) middenklasse en rijken. Hemelsbreed een paar kilometer verderop ligt de oudste (zwarte) township van de stad, Alexandra, wiens bewoners stuk voor stuk een dagelijks gevecht voeren om het hoofd boven water te houden en de voeten uit de prut. Ik heb het geluk dat ik beide gezichten van deze fascinerende stad kan meemaken, omdat ik vrienden heb gemaakt die deze verschillende stadsdelen hun thuis noemen.
Woensdagochtend is het Kgakgi die me geduldig staat op te wachten in de aankomsthal van het vliegveld. Kgakgi Maloke, de stugge eigenaar van bar/pension Club Jazz in Alex die werkelijk overal een mogelijkheid om geld te verdienen in ziet en die altijd een beetje grumpy overkomt, maar eigenlijk heel erg lief is. Ik leerde hem en zijn fantastische vrouw Thoko kennen via Ilja, een vriend die een aantal maanden in Alexandra woonde om daar zijn antropologische afstudeeronderzoek te doen. Inmiddels hebben Kgakgi, Thoko en ik samen besloten dat zij ‘mijn Afrikaanse ouders’ zijn en voelt Club Jazz tussen de shacks van Alex als mijn home away from home. Kgakgi en Thoko hebben een paar goede dingen meegemaakt in hun leven en heel veel nare dingen. Goed is dat ze een stukje land erfden (een zeer waardevol iets in Alex, waar pakweg een half miljoen mensen samengepakt op een paar vierkante kilometer wonen). Door Kgakgi’s ondernemingszin (en zijn voor lokale begrippen gematigdheid in alcoholconsumptie speelt hierbij ook vast en zeker een rol) en Thoko’s gedisciplineerde en efficiĆ«nte mentaliteit van hard werken en niet zeuren hebben ze met hun bed&breakfast en overdekte veranda waar ze feesten en partijen verzorgen een redelijk stabiele inkomstenbron voor zichzelf en hun (klein)kinderen weten op te bouwen. De nare dingen –waarvan ik waarschijnlijk maar een heel klein deel weet- hebben te maken met het harde leven in de township. Het opvoeden en op het rechte pad begeleiden van je (klein)zoons in een wereld van criminele jeugdbendes, armoede, onrecht, werkeloosheid, drugs en alcohol, HIV/AIDS en schietpartijen op de hoek van de straat is niet makkelijk.
De warme en gastvrije ontvangst in Club Jazz bezorgt me ook deze keer weer tranen in mijn ogen. Na een innige omhelzing vraagt Thoko me een kwartier lang naar het welzijn van mijn ouders, mijn oma, mijn broers en zussen, mijn kleine nichtje en al mijn andere familieleden. Ze kent al deze mensen alleen maar van foto’s en verhalen maar uit alles blijkt dat ze voor haar belangrijk zijn omdat ze voor mij belangrijk zijn. Op mijn beurt vraag ik haar naar de laatste nieuwtjes in de familie en daarna kunnen we over tot de orde van de dag. Ik zet mijn backpack neer in ‘mijn kamertje’ en loop naar de winkels van het Pan Africa winkelcentrum en Thoko buigt zich over een grote tobbe wasgoed. Die avond drink ik een biertje met Kgakgi en een vriend, terwijl we interessante discussies hebben over zwart en wit, arm en rijk en goed en kwaad. Na een geweldige maaltijd van Thoko (Ilja en ik hebben het in Amsterdam regelmatig watertandend over haar kookkunsten en overwegen serieus om haar ervan te overtuigen dat ze in Amsterdam haar eigen restaurantje moet opzetten, dat dan natuurlijk ‘Thoko’s toko’ zou gaan heten) duik ik mijn bed in.
Op donderdag brengt Kgakgi me naar het andere gezicht van de stad. Achter hoge hekken met scherpe punten en indrukwekkende alarmsystemen staan monsterachtig grote honden naast grote huizen te blaffen naar elke beweging op straat. Achter een van deze hekken gelukkig een vriendelijk en bekend gezicht: mijn vriendin Sara die ik 7 maanden geleden voor het laatst zag!
Saar woont (een tijdje) in Joburg (normaal gesproken in Amsterdam/Almere en ik leerde haar kennen in Botswana) en loopt een stage in het Sunninghill ziekenhuis, een scooterritje van 10 minuten verwijderd van waar ze woont (wat niet betekent dat ik geen doodsangsten uitsta bij haar achterop...op een scooter tussen het wilde verkeer van Joburg is best eng). Ik blijf een paar nachtjes bij haar en geniet van heerlijk eten, een gezellige braai (bbq op z’n Afrikaans), kleren en boeken kopen, een interessante cursusdag over infection control in het ziekenhuis, lekkere biertjes en Saar’s enthousiaste gezelschap. En omdat Sara zich hier in Zuid-Afrika weer in haar kinderdroom gestort heeft – ze geeft paardrijles aan kinderen bij de manege om de hoek- sta ik ook ineens op zaterdag ochtend vroeg (erg vroeg, na die lekkere biertjes:-) tussen de paarden.
Het contrast tussen de netjes Engels sprekende kinderen die behendig op de ruggen van de paarden klimmen (of er soms misschien zelfs een beetje overheen getild worden :-) en de kinderen van Alex met hun gescheurde kleren die gefascineerd, bijdehand en verlegen tegelijk ‘mlungu, mlungu’ naar me roepen wanneer ik langsloop, is groot.
Niet dat zij daar iets aan kunnen doen overigens. Maar het fascineert me, deze stad, dit land. De verschillen. En het feit dat de kinderen uit Rivonia zeer waarschijnlijk nooit van hun leven vieze voeten zullen halen in de straten van Alex en dat de kinderen uit Alex op hun beurt nooit het kriebelende gras van de Rivonia Stables onder die van hun zullen voelen. Dat geluk bestaat in deze schizofrene wereld misschien alleen maar voor buitenstaanders.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten