maandag 2 mei 2011

Telefoonstalkers


18 Oktober 2011

Toen ik ruim twee jaar geleden voor het eerst in Botswana was, kocht ik meteen de eerste dag een Mascom simkaart. Om de één of andere reden zorgde het hebben van mijn eigen Botswaanse nummer ervoor dat ik me zelfstandig voelde en klaar voor de uitdagingen die mijn veldwerk onderzoek met zich zouden meebrengen. Ik was geen toerist, geen safari-ganger die maar een paar dagen in het zuidelijk Afrikaanse land zou verblijven om foto’s te maken van olifanten en spannende verhalen over nijlpaarden die kano’s aanvallen te verzamelen. Nee, ik ging hier wonen en onderzoek doen en mijn best doen om te ontdekken wie de mensen van Botswana zijn en hoe dat te verklaren valt. En mijn eigen Botswaanse nummer gaf me het eerste beetje zelfvertrouwen dat ik nodig had om mezelf ervan te overtuigen dat het me zou gaan lukken om erbij te horen.

Nadat ik mijn backpack en laptop had achtergelaten in de aftandse kamer van het shabby hotel (bruin water uit de kraan, spinnenwebben aan de krakende ventilator en verdachte vlekken op het laken) liep ik met een hoofd dat bijna uit elkaar knalde van de eerste indrukken en verwachtingen naar het pleintje van African Mall. Een houten picknicktafel onder een boom was duidelijk de place to be. Een groep mensen zat er te praten, lachen en grote flessen Black Label weg te tikken. Ik kocht een biertje in de bar en ging op een stoepje zitten. Terwijl ik een schrift uit mijn tas pakte om de eerste indrukken op papier te krijgen en zo wat ruimte te maken in mijn hoofd zag ik één van de mannen opstaan van de picknicktafel en op mij aflopen. "What are you doing? This is Africa. You cannot drink alone here!".




Een uur later was ik aangeschoten en euforisch. Mijn eerste avond in Gaborone en ik had nu al hele leuke mensen leren kennen en één van hen was zelfs een dokter (okay, uit Zimbabwe en werkloos, maar toch) en dus mijn eerste aanknopingspunt voor mijn onderzoek!  En wat was ik blij dat ik iedereen mijn telefoonnummer kon geven voordat ik terugliep naar mijn hotelkamer! Dokter Emmanuel zou me in contact brengen met het Ministry of Health (nooit gebeurd), ik zou later die week gaan lunchen met Lisa en een vriendin (dat gebeurde en werd een terugkerende activiteit) en een paar aardige gasten zouden me meenemen naar hun voetbalwedstrijd de volgende dag/me de winkel laten zien waar ik adapters kon kopen/uitnodigen voor een feestje. Ik geef de Black Labels en mijn overdreven enthousiasme om me in dit nieuwe land te storten de schuld maar je kunt het ook pure naïviteit noemen. Drie maanden later moest ik noodgedwongen een nieuwe simkaart kopen omdat de mannen die ik die eerste avond had ontmoet me nog steeds gemiddeld tien keer per week belden om me te vertellen dat ze van me houden en dat ze met me willen trouwen.

Ik mag dan een beetje naïef zijn, maar ik ben niet dom. Deze keer geef ik in Botswana heus niet zomaar mijn telefoonnummer aan Jan en alleman! Op 18 oktober 2010, mijn tweede dag terug in het land, koop ik een nieuwe simkaart, Orange deze keer, en kies ik het nummer van de klantenservice om me te registreren. Een vriendelijke stem, een jonge man, begroet me aan de andere kant van de lijn. Nadat we uitgemaakt hebben dat ik niet genoeg Setswana spreek om in deze taal het gesprek voort te zetten schakelt hij over naar Engels, introduceert hij zichzelf als Gabriel en zegt hij dat hij wat gegevens van me nodig heeft. Prima. Naam, Post Office box (ik geef die van de organisatie waar ik misschien ga werken) en paspoort nummer. Bij de vraag over het paspoort raakt de jongen een beetje in de war. "Ah, so you are not from Botswana?" Ik leg hem uit dat ik uit Nederland kom, en net als ieder ander die ik in de afgelopen dagen ontmoette (inclusief de douane beambte en de chauffeer van de bus) reageert hij daarop met een "Oh... I’m so sorry about the World Cup".  Ik bedank hem voor zijn medeleven en kap zijn beschouwing over het agressieve spel van het Nederlands elftal in de finale wedstrijd beleefd af.
Dan vraagt hij me naar mijn beroep , wat me de gelegenheid geeft om te oefenen met het overtuigend gebruiken van mijn pas verworven titel van Medisch Antropoloog. Nu is Gabriel echt geïnteresseerd. Hij zegt dat hij het volgende niet hoeft te vragen voor de registratie maar dat hij heel erg nieuwsgierig is naar wat je als Medisch Antropoloog nou eigenlijk doet. Zoals gewoonlijk wanneer deze vraag gesteld wordt baal ik ervan dat ik na zeven jaar studie nog steeds niet in staat ben om hierop een kort en duidelijk antwoord te geven. Ik stotter iets over dat ik bij het community health team van een lokale ngo in Ghanzi District ga werken. Gabriel is niet meer te houden. Er volgt een betoog over hoe fantastisch hij het vindt dat er mensen zijn die iets voor anderen willen betekenen en dat Botswana mensen zoals ik nodig heeft. Ik voel me nogal ongemakkelijk met het ontvangen van dit compliment en zeg hem dat ik het als een geluk beschouw dat het het soort werk waar ik plezier in heb ook nog eens andere mensen zou kunnen helpen. Dan buig ik vriendelijk maar dwingend het gesprek weer om naar details over mijn persoonsgegevens. Nadat Gabriel me heeft uitgelegd wat de volgende stappen zijn voor het activeren van mijn simkaart bedankt hij me voor het gesprek en wenst hij me een fijne dag ("Talking to you made mine definately into a good day!"). Overvallen door deze voor Botswaanse begrippen ongebruikelijke klantvriendelijkheid en extreem enthousiasme blijf ik een beetje beduusd met mijn telefoon in mijn hand zitten.
Een paar uur later gaat mijn telefoon. Verbaasd, want ik heb mijn nieuwe nummer toch nog aan niemand gegeven, neem ik op. Het is Gabriel, van de Orange klantenservice. "Hi Anna, I really enjoyed talking to you and I just knocked off and I wanted to call you again because I want to get to know you and call you sometime". Aaarghh! Dus zo werkt het in Botswana? Zelfs als je er heel bewust voor zorgt dat niemand je nummer heeft tenzij je echt graag wilt dat iemand je belt, ontkom je niet aan (ongetwijfeld heel erg aardige) opdringerige gasten die je maar blijven bellen!

Zes maanden later kan ik overigens ook een collega, twee verpleegkundigen, een man die één van mijn trainingen heeft bijgewoond, de loodgieter die de verbouwing van ons kantoor heeft gedaan en de gast van de bank bij wie ik mijn rekening geopend heb tot mijn telefoonstalkers rekenen. En geloof me, geen van hen heeft mijn nummer gekregen omdat het mij een leuk idee leek dat hij mij zou gaan bellen buiten officiële zaken en werktijden om :-)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten